Etikettenprinters uitgelegd: thermisch of inkt, welk formaat, en wat de etiketten kosten

Verreweg de meest voorkomende klacht, en in negen van de tien gevallen is het vuil op de printkop: een puntje lijm of stof dat de warmte tegenhoudt.
Maak de kop schoon met isopropanol volgens de gebruikelijke methode en print opnieuw. Is de streep weg, dan was het dat.
Blijft hij op exact dezelfde plek staan, dan is een verwarmingselement defect. Dat is niet te repareren; de kop moet vervangen worden.
Meestal staan de papiergeleiders te ruim, waardoor de rol tijdens het printen zijwaarts schuift. Zet ze strak tegen de rol aan, maar niet klemmend.
Staat de afdruk consequent een paar millimeter naast het etiket, dan is het een kalibratiekwestie. Vrijwel elke printer heeft een kalibratieprocedure — vaak een knop een aantal seconden ingedrukt houden — waarbij hij een paar etiketten doorvoert om de tussenruimte te leren kennen.
Doe die kalibratie altijd na het wisselen naar een ander etiketformaat. Dat wordt het vaakst vergeten.
De printer herkent de etiketgrens met een sensor die het gaatje of de tussenruimte leest. Zit die sensor vuil, of gebruikt u etiketten met een zwarte streep in plaats van een tussenruimte, dan telt hij verkeerd.
Maak de sensor schoon met een blaasbalgje of droge wattenstaaf, en controleer in de instellingen of het juiste type is gekozen: tussenruimte, zwarte markering of doorlopend.
Bij doorlopende rollen zonder scheiding moet u de etiketlengte in de software vastleggen; anders gokt de printer.
Te licht komt door te weinig warmte, een verkeerde etiketsoort of een lint dat niet bij het materiaal past. Verhoog de temperatuurinstelling stapsgewijs — meestal 'darkness' of 'zwarting' — en controleer of u thermisch-directe etiketten in een directe stand gebruikt.
Te donker geeft juist doorgelopen randen en slecht leesbare barcodes. Verlaag dan, en verlaag ook de printsnelheid: langzamer printen geeft bij dezelfde temperatuur een schonere afdruk.
De combinatie van snelheid en zwarting is bij barcodes bepalend. Wordt een code niet gescand terwijl hij er goed uitziet, probeer dan eerst een stap langzamer voordat u iets anders verandert.
Werkt niets van dit alles, ga dan terug naar de fabrieksinstellingen. Bij vrijwel elke printer kan dat met een knopcombinatie, en het lost verrassend vaak iets op dat via een halfvergeten instelling was ontstaan. Noteer wel eerst uw eigen zwarting en snelheid, want die zet u daarna opnieuw.
Een deel van de klachten komt uit de software en niet uit het apparaat. Een sjabloon dat op een ander etiketformaat is gemaakt, geeft een afdruk die net niet past, hoe goed de printer ook gekalibreerd is.
Controleer daarom altijd of het formaat in het stuurprogramma, in het ontwerpprogramma én in de printer zelf hetzelfde is. Die drie moeten kloppen, en het is bijna altijd de middelste die is blijven staan op een oude maat.
Een tweede klassieker: printen vanuit een PDF met de optie 'passend maken'. Die verkleint het label een paar procent, waardoor barcodes net te smal worden en de afdruk niet meer op het etiket past. Zet dat op ware grootte.
Dan zit er een transferetiket in een printer zonder lint, of het lint zit verkeerd om. Controleer welke etiketsoort u heeft met de nageltest.
Alleen bij een ander formaat of een ander etikettype. Dezelfde rol opnieuw plaatsen vraagt geen nieuwe kalibratie.