Etikettenprinters uitgelegd: thermisch of inkt, welk formaat, en wat de etiketten kosten

Bij thermisch direct printen zit de kleurstof in het etiket zelf. De printkop verwarmt het papier en op elke verwarmde plek verkleurt de coating naar zwart. Er is geen inkt, geen toner en geen lint — u koopt alleen rollen.
Bij thermische transfer zit de kleurstof in een lint dat tussen de printkop en het etiket doorloopt. De warmte smelt de laag van het lint op het etiket. U koopt dus rollen én linten, en het lint is na één keer gebruikt.
Dat verschil klinkt technisch en is in de praktijk het enige dat er werkelijk toe doet. Alles daarna — snelheid, resolutie, aansluitingen — is secundair aan de vraag hoe lang uw etiket leesbaar moet blijven.
Dezelfde eigenschap die het printen mogelijk maakt, maakt het etiket kwetsbaar: de coating reageert op warmte. Een etiket dat in de zon ligt, achter een autoruit of naast een verwarming, wordt na verloop van tijd grijs en uiteindelijk onleesbaar.
Ook wrijving en oplosmiddelen doen mee. Een etiket dat langs iets schuurt, laat een donkere veeg achter; alcohol of schoonmaakmiddel wist de opdruk deels weg.
In een normale binnenomgeving houdt zo'n etiket het zes maanden tot een jaar goed. Dat is ruim genoeg voor een verzendlabel dat over drie dagen bij de klant ligt, en te kort voor iets dat een seizoen in een schuur staat.
Een transferafdruk zit ín het etiketoppervlak in plaats van erin gebrand, en is daarmee bestand tegen warmte, licht en wrijving. Met het juiste lint en het juiste materiaal blijft zo'n etiket jaren goed, ook buiten.
Er zijn drie soorten lint. Was is het goedkoopst en bedoeld voor papier; hars is het duurst en bestand tegen chemicaliën en schuren; wax-resin zit ertussenin en is voor de meeste toepassingen de juiste keuze.
De kosten liggen hoger, maar minder dan mensen verwachten: een lint gaat honderden meters mee en tikt neer op enkele tienden van een cent per etiket.
Kies thermisch direct voor alles wat kort leeft en binnen blijft: verzendlabels, retourlabels, adresstickers, prijskaartjes die u toch wekelijks vervangt, etiketten op voorraadbakken die u regelmatig herschrijft.
Kies transfer zodra het etiket buiten komt, in de vriezer of in de zon ligt, of langer dan een jaar mee moet. Denk aan typeplaatjes, etiketten op gereedschap, planten- en kweeklabels, of alles wat in een magazijn tegen andere dozen schuurt.
Er zijn printers die allebei kunnen; die kosten meer maar geven u de vrijheid om per klus te kiezen. Voor wie beide toepassingen heeft, is dat vrijwel altijd goedkoper dan twee apparaten.
Een derde weg die weinig mensen kennen: er bestaan thermisch-directe etiketten met een beschermlaag, bedoeld om vervagen te vertragen. Ze kosten meer dan gewoon papier en houden het buiten alsnog geen jaren vol, maar voor iets dat een half jaar in een koele opslag moet blijven zijn ze een prima tussenoplossing.
Ja, u zet dan de lintstand uit. Andersom werkt niet: op een transferetiket zonder lint komt geen afdruk, want er zit geen warmtegevoelige laag in.
Kras met uw nagel of een muntje over het oppervlak. Wordt er een donkere streep zichtbaar, dan is het thermisch direct.
Veel langzamer, maar warmte alleen is al genoeg. In een koele, donkere ruimte houdt het jaren stand; op een warme zolder maanden.