Etikettenprinters uitgelegd: thermisch of inkt, welk formaat, en wat de etiketten kosten

Hier telt formaat en snelheid: 100 bij 150 millimeter, thermisch direct, en een koppeling met uw verzendsoftware. Een lint is overbodig, want het label ligt binnen dagen bij de klant.
Een desktopmodel van vier inch breed is de standaardkeuze. Let vooral op de rolgrootte: hoe groter de rol, hoe minder vaak u hoeft te wisselen tijdens een drukke ochtend.
Een snijmes is hier zelden nodig, want verzendlabels komen los van de rol.
Reken bij een webshop ook op piekmomenten. Een printer die honderd labels per dag comfortabel aankan, moet er in december driehonderd op een ochtend doen. Kijk daarom niet naar uw gemiddelde maar naar uw drukste dag van het jaar.
Locatie- en voorraadetiketten moeten jaren leesbaar blijven en tegen schuren kunnen. Dat betekent thermische transfer met een wax-resin of harslint.
Daarnaast telt hier waar het etiket ontstaat. Loopt iemand met een kar langs de stellingen, dan is een draagbare printer aan de riem sneller dan heen en weer lopen naar een vaste printer.
De codekeuze is meestal Code 128 met uw eigen locatienummers. Test wel of uw handscanners de afdruk aankunnen op de afstand waarop gescand wordt.
Hier gaat het om houdbaarheidsetiketten: bereid op, houdbaar tot, door wie. Die zitten maar dagen op het product, dus thermisch direct volstaat.
Wat wel telt is de lijm. In een koelcel of vriezer hecht gewone lijm slecht, en op een vochtige bak helemaal niet — daar heeft u vrieslijm of oplosbare etiketten voor nodig, die bij het afwassen loslaten.
De bediening moet bovendien simpel zijn: vaak print iemand met handschoenen aan een etiket met de datum van vandaag. Een apparaat met vaste sjablonen en een paar knoppen wint het hier van een uitgebreide app.
Voor thuisgebruik — opbergbakken, vriezer, schoolspullen, snoeren — is een klein handmodel met bluetooth genoeg. Let er wel op of het cassettes met een chip gebruikt, want dat maakt het verbruik onevenredig duur.
In een werkplaats komen etiketten in aanraking met olie, oplosmiddelen en warmte. Daar is transfer met een harslint de enige uitvoering die het volhoudt, op een kunststof etiket in plaats van papier.
Dat is meteen de rode draad: niet de printer bepaalt de levensduur van uw etiket, maar de combinatie van techniek, lint en materiaal.
Vier vragen, en de keuze maakt zichzelf. Hoe lang moet het etiket leesbaar blijven — dat bepaalt direct of transfer of niet. Hoeveel per dag, op de drukste dag — dat bepaalt de klasse. Welk formaat, en is dat een standaardmaat — dat bepaalt wat u jaarlijks kwijt bent aan rollen. En waar staat het apparaat, aan een computer of bij het product — dat bepaalt de aansluiting.
Wie die vier beantwoordt voordat hij gaat zoeken, houdt meestal twee of drie modellen over in plaats van vijftig.
De fout die het vaakst gemaakt wordt, is beginnen bij de prijs. Dat levert een apparaat op dat het werk doet en waarvan het verbruik u jaren achtervolgt.
Een transferprinter die ook thermisch direct kan, dekt vrijwel elke toepassing. U betaalt meer bij aanschaf en houdt de vrijheid per klus te kiezen.
Een handmodel vanaf ongeveer vijftig euro, een desktop voor verzendlabels rond de honderd tot tweehonderd, en een transferprinter vanaf een paar honderd.